04 November 2003

Ben begonnen om mijn ervaringen op papier te zetten.

Hierbij een eerste proeve.

Beste vriend,

Al jaren loop ik rond met de wens om ooit eens een boek te schrijven. Ik ben natuurlijk niet de enige. Er zijn er meer met die droom. Slechts weinigen kunnen de droom in daden omzetten.
Via deze brief aan jou ga ik het proberen. Het moet een boek worden over opgroeien en het effect van stotteren. Over overwinningen. Over verliezen. Maar boven alles over de eigen kracht.
Ik heb al vaker geprobeerd een begin te maken. Ik heb inmiddels al heel wat stukjes gemaakt. Verspreid over de jaren. Laatst heb ik ze allemaal weer eens gelezen. Ik dacht toen direct, hier kan ik wat mee. Maar de vraag is dan wel hoe. Moet ik alles om gaan schrijven zodat het een doorlopend geheel wordt of moet ik de stukjes ongewijzigd in een verband brengen. Ik kies voor dit laatste. Ik zal jou de stukjes presenteren als een soort collage van mijn leven. Hierin plaats ik de stukjes ongewijzigd. Je krijgt zo een goed beeld van de ervaringen en gedachten die ik op het moment van schrijven had. Ik hoop dat de stijl niet te veel wisselt. Je moet je gedachten er wel bij kunnen houden. Een boeiende inhoud helpt je daar hoop ik bij.

“Eerste jaren

Mijn eerste jaren zijn leuk geweest. De wereld zat vol rare dingen. Al vroeg kon ik goed en vloeiend praten. Ik heb heel wat ontdekkingsreizen gemaakt. Daarbij is mijn maag verschillende keren leeggepompt. Afwasmiddel leek wel ranja. Asperientjes waren lekkere snoepjes. Ook heb ik een keer op een bal proberen te balanceren. Een gebroken been was het gevolg.
Rond mijn vierde lag ik langdurig in het ziekenhuis met een zware hersenschudding met schedelbasisfractuur. Dit kwam niet door mij. Ik wil de schuldvraag niet beantwoorden. Feit is dat ik met kinderstoeltje en al van mijn moeders fiets ben gevallen. De fietsenmaker had dit stoeltje alleen maar teruggeschoven en niet vastgedraaid. Mijn moeder had het niet meer nagekeken.
Verpleegsters hebben mijn moeder bij een bezoek in het ziekenhuis aan mij een keer apart geroepen. Ze hebben haar toen gevraagd of ik altijd al stotterde. Het antwoord was nee. Maar vanaf toen stotterde ik dus wel.
Volgens mijn vader was dit voor mijn ouders een zware schok. Vooral mijn moeder heeft in het begin een zwaar schuldgevoel gehad. Ik denk dat ze dat nu trouwens nog wel heeft. De relatie tussen mijn vader en mij is volgens mij door het stotteren jaren slecht geweest.
Die ene val heeft mijn leven behoorlijk beïnvloed. Daar kun je niet omheen. Of dit de hoofdoorzaak is van mijn stotteren? Dat weten we nog altijd niet. Er kunnen veel meer oorzaken zijn.”

Zo is het dus begonnen. Inmiddels weet ik meer van oorzaken en omstandigheden. Later kom ik daar op terug. Ik besef nu wel - heb inmiddels 2 kinderen – wat mijn ouders meegemaakt moeten hebben. Ik plak snel het tweede stukje in. Ben bang dat ik anders al te veel verklap.

“De lagere school, tijd voor therapieën

“M-m-mag ik e-e-een bruinbro-bro-brood van u?”
Ik bevond mij als zesjarige bij de bakker. Het was een kleine zaak. Bij drukte stond je dicht op elkaar. Dit was ook toen zo. Je zou dan het liefst weggaan. Je voelt steeds sterker dat het fout zal gaan. Zo’n drukte maakt je nerveus. Toen ik aan de beurt was had ik een behoorlijk kookpunt bereikt. De boodschap kwam er dan ook stotterend uit.
Er ging iets geks door de zaak. Was het huivering, spot of medelijden? Mijn ervaring is, dat alles mogelijk is. Een combinatie van alles kan ook. Zoiets maakt je nog nerveuzer.
Toen het brood voor me op de toonbank werd gelegd keerde de rust terug. Ik hoefde niets meer te zeggen, maar alleen nog geld te geven.
Zo dat had ik ook weer gehad. De leeuw had mij in zijn hol niet verslonden. Nu zou ik door mijn moeder wel meer op pad worden gestuurd. Dit was echter een van de eerste keren. De zaterdagen waren het ergst. Dan is het overal het drukst.
Ik zat toen ook net op de lager school. Voordat je het wist werd je met de lispelaars uit de klas gehaald om naar de stotterjuf te gaan. We moesten samen al lezend rond een tafel lopen. De lispelaars heeft het geholpen, maar mij niet. Je was wel even uit de les en dat had ook leuke kanten.
Daarna ging ik met mijn moeder op groepstherapie. Met z’n allen op de grond liggen ontspannen en ervaringen uitwisselen. Het was een mooi streven, maar het haalde niets uit. Het leek meer een therapie voor de ouders. Ouders ontmoeten ouders van stotterende kinderen. De mevrouw die deze cursus gaf vertelde dat ze wel eens bewust in het bijzijn van stotteraars stotterde.
We zijn ook nog eens bij professor Damsté in Utrecht geweest. Hij is een deskundige op dit gebied. Hij had het over een bandrecorder in mijn lijf die alles opnam, afspeelde en daarna wiste. Daarna zou ik niet meer stotteren. Ik voel soms nog de cirkel die hij met zijn vinger over mijn borstkas draaide.
Ook reed ik een tijd 1x per week met mijn moeder naar Eindhoven. We gingen naar een handoplegster. De uitstapjes waren leuk wanneer we ook gingen winkelen. Deze handoplegging heeft weinig effect gehad.
De lager school heb ik dus stotterend afgesloten. Ik ben voor zover ik weet nooit echt gepest. Mijn schooladvies leek eerst in de richting van de technische school te gaan. Dat zag ik niet zitten. Ik dacht dat ik daar wel gepest zou worden. In de zesde klas (nu groep 8) kreeg ik toch het advies brugklas. Hoe kwam dit? Mijn eigen prestatiedrang om niet naar de technische school te gaan of was ik een laatbloeier?”
Ik weet nu dat bewust stotteren van therapeuten tijdens cursussen bewust gebeurt om een soort tolerantie uit te stralen. Iets van schaam je niet, spreek vrijuit. Je ziet dat er tijdens mijn lagere school tijd veel is gebeurd. Ik voelde me door al dat gesleep wel onderhand meer een patiënt dan een kind.


WORDT VERVOLGD